Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
Rose Ellis – 'Like Songs Like Moons' (Zennez, 2016)

Opname: 7-8 oktober 2015

Roos Plaatsman is een Nederlandse zangers die enkele jaren in New York heeft doorgebracht en daar Rose Ellis werd. Ja, Plaatsman ("how do you pronounce your last name, sweetie?"), dat rijmt op Suleiman en op Ellis Island kun je je als minder gewenste vreemdeling altijd nog terugtrekken. Je weet het niet hè, ze kicken je zo het land uit.

Is ze Amerikaanse geworden? 'You Light Up My Life' begint met "you light up like the fireflies in Central Park" en haar Engels zal er zeker op vooruit zijn gegaan. Maar verder hoor ik een singer-songwriter die gewoon haar eigen gang gaat, op een persoonlijke wijze over haar eigen verliefdheden en hang-ups zingt. Op drie na zijn de afwisselend weifelende en uitbundige liedjes van eigen snit. Rose heeft een obscure song van Billie Holiday opgedoken, 'Preacher Boy', die de Lady zelf nooit heeft opgenomen. Het klinkt nogal atypisch voor Holiday, maar ach, die heeft in gezelschap van vrienden ook 'My Yiddishe Momme' gezongen, en heel overtuigend. Maar misschien was die hedonistische hartenbreekster wel veel religieuzer dan we altijd dachten.

Heel Amerikaans klinkt in ieder geval 'Like Never Before', gebaseerd op het 'All The Things You Are' van trompettist Clifford Brown, uit 1953. Onvervalste vocalese, in de voetsporen van Eddie Jefferson en King Pleasure. Ze heeft hier zelf de achtergrondvocalen ingezongen, wat in dit liedje beter werkt dan in een aantal andere songs waar ze de gimmick heeft toegepast. Zoals in 'I Wish I Could Have Skipped Today', waarmee ze overigens wat mij betreft dan wel weer haar brevet als songschrijver heeft gehaald.

Ellis haalt haar beeldentaal onder meer uit de kosmos, toe maar ("gravity fails and the whole world trips" in 'Satellite'). Soms lijken de beelden helder, terwijl de bedoeling van de tekst toch enigszins duister blijft. Zo geeft ze je de ruimte om te associëren. Ze stelt zich heel dapper kwetsbaar op, maar is er ook voor de kwetsbaren. De baby die met 'Don’t Be Afraid' sussend wordt toegezongen heeft mazzel. Kijk, als ik haar coach was, zou ik zeggen: daar is nog een heleboel te halen, meid, in de diepte en de warmte.

Haar New Yorkse trio stelt zich dienstbaar op, treedt nergens op de voorgrond. In het genoemde 'Don’t Be Afraid' zet pianist Glenn Zaleski zich in de George Shearing-mode, waarmee deze song de meest jazzy wordt van het elftal.

Klik hier om geluidsfragmenten van dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 18.2.17) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Axes, podium voor avontuurlijke muziek in Eindhoven stopt


Het bestuur van stichting Axesjazzpower heeft, in nauwe samenspraak met directeur John Thomas, besloten de stichting, die zich richtte op de programmering van vernieuwende muziek, op te heffen. Concerten van Axes vonden onder meer plaats in Café Wilhelmina, Van Abbemuseum, TAC en bij Piet Hein Eek. Aanleiding voor de opheffing zijn de structureel teruglopende inkomsten en het feit dat het ondoenlijk is gebleken het programma voor een groter en jonger publiek toegankelijk te maken. Daarmee komt een einde aan zo'n veertig jaar Axesjazzpower-concerten van avontuurlijke muziek.

Bekend is dat Axes al enige jaren op zoek was naar een oplossing voor het probleem van de lage bezoekersaantallen, voor het feit dat de groep bezoekers nauwelijks verjongt, dat de inkomsten vanuit kaartverkoop beperkt zijn en er een structurele kentering ten positieve uitblijft. Diverse maatregelen, zoals een nieuw communicatiebeleid en een aantal intensieve brainstormsessies, bleken niet in verbetering van de situatie te resulteren. Hoewel er waardering is voor de inhoud vanuit gemeente, provincie en het Rijksfonds FPK, acht het bestuur de verhouding tussen hoge inspanningen, precaire financiële situatie en de maatschappelijke impact van het podium onvoldoende in balans.

Met gebrekkige inkomsten en met een substantieel lagere subsidie in 2017 in het vooruitzicht, achten zowel het bestuur als John Thomas het een onmogelijke opgave een kentering teweeg te brengen. Het bestuur spreekt de wens uit dat avontuurlijke muziek in de toekomst op andere manieren en in alternatieve vormen een deel van het muziekaanbod in Eindhoven zal blijven vormen.

Axes is als Stichting Jazzpower begonnen in september 1979, in café Poort van Kleef in Eindhoven. Zij fuseerde in 1997 met Axes. Door de jaren heen hebben er vele belangrijke nationale en internationale jazz- en impro-muzikanten opgetreden.

Labels:

(Maarten van de Ven, 18.2.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Gemengde gevoelens

Jeff 'Tain' Watts Trio, zaterdag 4 februari 2017, LantarenVenster, Rotterdam

Jeff 'Tain' Watts is een sterdrummer. Voordat hij het muzikale leiderschap van een jazzband op zich neemt, heeft de slagwerker drie decennia lang een grote staat van dienst opgebouwd als begeleider. Watts staat aan de wieg van het vernieuwen en revitaliseren van het swing- en hardbopmetier in de bands van trompettist Wynton Marsalis. Met de albums 'Think Of One', 'J Mood' en 'Black Codes From the Underground' van Marsalis worden muzikale en commerciële successen behaald. Wijlen pianist en soulmate Kenny Kirkland heeft hier ook aan bijgedragen. Volgens ingewijden is de pianist verantwoordelijk voor Watts bijnaam Tain.

Na de periode bij Wynton Marsalis gaan Watts en Kirkland een langdurige samenwerking aan met Branford Marsalis. De drummer speelt in deze periode zowel in kwartet- als trioverband met de beroemde saxofonist. Ook na de tragische dood van Kirkland in 1998 wordt de samenwerking voortgezet. 'I Heard You Twice', 'The First Time', 'Contemporary Jazz', 'Eternal', 'Requiem' (een ode aan Kenny Kirkland) en de legendarische live-uitvoering van 'A Love Supreme' in het Bimhuis getuigen van deze grootse samenwerking. Watts verlaat de groep van Branford in 2009 om zijn eigen pad uit te zetten, ten faveure van Justin Faulkner. Hij heeft inmiddels tien albums uitgebracht, van 'Citizen Tain' tot 'Blue Volume 2'. De verwachtingen voor dit optreden zijn dan ook vanzelfsprekend hoog.

Tijdens de eerste twee stukken bekruipt al snel het gevoel dat niet alles wat Jeff 'Tain' Watts creëert in goud verandert. Obligaat en zielloos is de voorlopige conclusie. Vanzelfsprekend is de gitaarhandling van Paul Bollenback gedegen, speelt bassist Orlando le Fleming adequaat en ritmisch en verraden de delicate touches op de cymbalen de klasse van een meesterdrummer. Spanning en fantasie blijven echter uit. Bij het derde nummer keert onverwacht de hoop op een geslaagde jazzavond terug. De suspense, het bezwerende ritme en de moderne soundscapes op de gitaar verrassen. De uptempo en soulvolle hardbop geeft plotsklaps enig brille aan het optreden. Dit wordt echter voorlopig en vakkundig om zeep geholpen door een gekunstelde zangpartij van de drummer. De luchtigheid van de compositie, het ingetogen spel en de geslaagde gitaarsolo zijn de spreekwoordelijke reddingsboeien.

Het trio van Watts vindt, met complexe ritmes en maatsoorten, verder zijn weg in een humoristische en abstracte compositie. De spacy gitaarklanken bieden de nodige spanning. De rafelige blues, voorzien van dissonante ritmes, zijn de opmaat voor een imposant slotstuk. Op de toppen van zijn kunnen, weergaloos technisch, vindingrijk en met een magistrale explosiviteit, ontsteekt Watts eindelijk het heilig vuur. Het fusiongeluid van Bollenback is vurig en creatief en het begeleidend funky drumwerk draagt bij aan een broeierige sfeer. Elegant en artistiek dooft het nummer op een natuurlijke wijze uit. Bij de toegift laat het trio het gedachtengoed van Kenny Kirkland op een waardige wijze doorklinken. Het slotstuk mag imposant zijn geweest, maar het geheel laat de toehoorder met gemengde gevoelens achter. De rol van Jeff 'Tain' Watts als muzikaal leider roept twijfels op.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 14.2.17) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Al Jarreau


Op zondag 12 februari overleed in Los Angeles, Californië, de Amerikaanse R&B- en jazzzanger Al Jarreau. Afgelopen week werd hij al in het ziekenhuis opgenomen met oververmoeidheids- en uitdrogingsverschijnselen, de tournee waarmee hij bezig was moest hij hierdoor stoppen.

De zanger wordt gezien als een van de meest gevierde jazzzangers en heeft als enige zanger Grammy Awards, de onderscheiding van de Amerikaanse platenindustrie, in drie categorieën: pop, rhythm-and-blues en jazz. Jarreau is bekend geworden door zijn uitzonderlijke en lenige stem, waarmee hij veelvuldig improviseerde en instrumenten imiteerde. Ook zijn scat’s zijn wereldberoemd.

Alwyn Lopez Jarreau werd op 12 maart 1940 in Milwaukee in de noordelijke staat Wisconsin geboren als zoon van een predikant van de zevendedagsadventisten. Hij heeft het gebruik van de menselijke stem tot kunst verheven. Met zijn uitzonderlijke en lenige stem bootste hij instrumenten als gitaar en percussie perfect na. Ook het scatten beheerste hij tot in de perfectie.

Zijn doorbraak kwam in 1977, met zijn live-album 'Look To The Rainbow', waarvoor hij zijn eerste Grammy won. Dat succes werd vier jaar later overtroffen met het album 'Breaking Away'. Jarreau werkte in zijn carrière al samen met grote namen als Herbie Hancock, Jill Scott, George Benson, Marcus Miller, Paul McCartney en het Metropole Orkest. Tot zijn bekendste songs behoren tracks als 'Rondo A La Turk', 'Boogie Down', 'Mornin’', zijn vocale versie van Dave Brubecks 'Take Five' en natuurlijk zijn klassieker 'Roof Garden'.

In een verklaring op de site van de artiest stond onder meer een bedankje aan zijn fans, alsmede een oproep. "To young people everywhere, especially the musicians he was grateful to meet at school workshops, musical competitions, residencies and at concerts. From you, Al asks a favor. Please find any artistic thing that you can do with passion, and do it. With art in your life, you will be a better family member, neighbor, friend, and citizen."

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.2.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Andrea Rea Trio - 'Impasse' (Losen, 2016)

Opname: 27/29 september 2015

Als ik stel dat de geest van Bill Evans vaardig is over Andrea Rea, bedoel ik niet zozeer dat de Napolitaan bewust werkt in de pastelkleurige wereld die het icoon van de jazzpiano heeft geschapen. Het is eerder de onderzoekende insteek, de manier waarop Rea zo'n thema van alle kanten bekijkt en benadert. De vormentaal is verwant, ook hier worden we geconfronteerd met plotselinge invallen en vlotte schetsjes. Ook hier die fraaie afwerking die kenmerkend is voor een gedegen klassieke training.

Het openingsnummer heeft Andrea 'De Repente' genoemd, maar dat is dan zeker het berouw van vóór de zonde: een aantrekkelijk thema walst vrolijk door zijn bewerkingen. Zo wordt ook in 'Endangered Species' het gegeven vervlochten in het geheel.

Bassist Daniele Sorrentino is slechts op een paar plekken in een traditionele rol te horen; elders huppelt, tuimelt en buitelt hij door de muziek. Eerder een hopper dan een walker dus. Hij is Rea's Scott LaFaro, speelt een trefzekere tweede stem en blijft daarbij constant in contact met de basdrum van Marcello De Leonardo. Ook die laatste speelt extravert, in een vrije groove, waarmee hij de muziek nochtans deugdelijk aardt. De geluidsbalans, gemodereerd door technicus Fabricio Frezzo, zorgt ervoor dat De Leonardo nergens storend de overhand krijgt.

Merkwaardig genoeg hebben de laatste drie nummers van dit intrigerende en niet snel vervelende album een meer orthodox karakter. 'Il Pirato' toont de zeeschuimer op een volmaakt vlakke oceaan. Het thema krijgt een lineaire, jazzy uitwerking, in degelijk 4/4. Ivan Lins' 'Rio Mayo' is een vertrouwde bossanova. Kennelijk maakt Il Pirato ook de kusten van Brazilië en met name die van Ipanema onveilig. Tot besluit mag opgemerkt worden dat het drietal zijn nummers altijd op tijd besluit, voordat oeverloosheid of scheurbeuk kunnen toeslaan.

Klik hier om een track van dit album te beluisteren: 'Endangered Species'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.2.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Fred Van Hove at 80


"Fred Van Hove wordt op 19 februari tachtig jaar. Alle reden dus om de man, zijn werk en zijn invloed te eren. Het is de verdienste van Sound in Motion (Oorstof) en De Singel dat dit ook gebeurt, twee dagen lang. Wie de carrière van deze man in ogenschouw neemt, kan niet anders concluderen dan dat dit eerbetoon veel eerder had moeten plaats vinden, veel te kort is en te kleinschalig. Dat zegt niets over de organisatoren, integendeel, maar alles over het culturele klimaat waar Van Hove reeds tientallen jaren in werkt en wat eerder verslechtert dan verbetert."

Op vrijdag 3 en zaterdag 4 februari bezocht Ben Taffijn in De Singel in Antwerpen het festival ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van de Antwerpse pianist en pionier van de de vrije muziek, Fred Van Hove. Onder het motto Celebrating Free Music and Minds waren er optredens van Hus/Leroy/Van Hove, Gebruers/Coomans/Van Heertum, Quat, De Joode/Jacquemyn, Brand/Sanders/Beresford/Van Hove, Festen Quartet, Van Heertum/Reijseger/Van Hove, Parke/Drake/Van Hove en WIM Ensemble.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Klik hier voor foto's van dit festival door Cees van de Ven. En hier vind je een fotoverslag van door Geert Vandepoele.

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.2.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Estafest - 'Bayachrimae' (BMC, 2017)

Opname: 1-3 september 2016

De nieuwste cd van Estafest. Vers van de pers kregen we deze in handen op 16 januari 2017, tijdens het eerste concert van de cd-releasetour bij Axes in het Eindhovense café Wilhelmina. Het is alweer het derde album van dit kwartet. Opgenomen in Boedapest en afgemixt door Chris Weeda, die veel Nederlandse jazz afmixt. Net als de vorige cd ('Eno Supo') is het een studioalbum.

Estafest is met geen enkel ander jazzensemble te vergelijken. Jeroen van Vliet, Anton Goudsmit, Mete Erker en Oene van Geel behoren tot de elite van de Nederlandse jazz; er zitten maar liefst drie Boy Edgar Prijswinnaars in deze band. Dat ze hun instrumenten beheersen, hoor je overal terug. De heren hebben een heel herkenbare stijl van spelen: je haalt ze - ook op andere cd's - er direct uit.

Live is deze band in ieder geval de moeite waard om ervoor om te rijden. Al was het maar vanwege de ongewone samenstelling: Van Vliet op piano, Goudsmit op gitaar, Erker op tenor- en sopraansax en Van Geel op altviool en cajon. Dus geen bas en nauwelijks slagwerk. Daarmee ontstaat een heel eigen klankkleur en repertoire. Daarnaast spat het plezier tijdens het spelen bij deze mannen van hun gezicht. Er is veel ruimte voor improvisatie, geen haantjesgedrag. Iedereen soleert, maar zorgt net zo makkelijk voor het fundament. Dat verklaart ook de naam Estafest: feest en estafette. Hun muziek is geen doorsnee-jazz, maar zeer zeker geen piep-knor-boink. Er is altijd wel een terugkerende melodie/thema in hun muziek te onderkennen.

Maar is dat alles ook te vangen op een cd? Uiteraard is het anders dan live. Elk liveconcert is anders, dus we waren gewaarschuwd. Maar na intensieve beluistering is er maar één conclusie mogelijk: de cd is zeer de moeite waard. Het is een echte luister-cd geworden, met veel lagen, nummers die heel ingetogen en klein zijn, maar ook composities met meer energie en een pakkende melodie. Iets rustiger dan de vorige cd's, maar wel met meer gelaagdheid, zonder saai te worden. Meer één verhaal dan de vorige twee albums.

De titel van de cd is een samentrekking van Bayaka en Lachrimae, zo lezen wij in de liner notes: muziek van de Pygmeeën uit Centraal-Afrika en Lachrimae, een compositie van de renaissance-componist John Dowland. Twee uitersten waartussen de componisten zich willen bewegen. En dat is precies wat je ook terughoort: heel veel verschillende invloeden in de muziek, maar zonder plagiaat of direct herkenbare muziekstijlen. Juist die samensmelting van stijlen is wat hun muziek bijzonder maakt. 'Bayachrimae' is een complete cd geworden, waarop wat ons betreft niet één nummer echt favoriet is. 'Ornette's Clockwork' heeft een heel catchy riff, net als 'Cookies' en 'Bright Light'. 'After The Cowboy Met The Bear', 'Polderlucht' en 'Impro 1013' zijn zeer sfeerrijk en intiem.

Estafest gaat deze week weer verder met zijn cd-releasetour: op donderdag 16 februari speelt het kwartet in het Bimhuis, een dag later staan ze in LantarenVenster tijdens Jazz International Rotterdam.

Klik hier voor foto's van het eerste concert van Estafest in deze tour bij Axes in Eindhoven door Cees van de Ven.

Labels:

(Sabine Schols & Armand Fanchamps, 12.2.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Een straffe gast

Craig Taborn, zaterdag 28 januari 2017, De Singer, Rijkevorsel

Craig Taborn is na jaren van spelen met artiesten als James Carter, Tim Berne, David Murray en talloze anderen uitgegroeid tot een van de belangrijkste pianisten van zijn generatie.

Vorig jaar gaf hij een betoverend soloconcert, helemaal alleen op het grote podium van Jazz Middelheim. Nu kwam hij naar België voor een aantal optredens op kleinere podia: twee huiskamerconcerten in Oostende in de namiddag en een concert in De Singer 's avonds. Drie concerten op één dag, Taborn draait er zijn hand niet voor om. Tijdens het laatste concert klonk hij nog scherp en vol energie.

In de aankondiging voor het concert werd gemeld dat Fred Van Hove die dag van de Vlaamse cultuurzender Klara een carrièreprijs gekregen had. Taborn zette zich aan het klavier, plaatste zijn handen ergens ogenschijnlijk willekeurig op de toetsen en nam de luisteraar mee voor een unieke set. Het eerste nummer hield hij het kort en liet hij vrij improviserend snel wisselende motieven, melodieën en sferen horen. Een ode aan de in de inleiding genoemde Van Hove? Ik weet het niet, maar in mijn hoofd kwam het alvast zo over.

Na het eerste nummer viel een stilte en met een aantal tikken van de voet op het podium werd het publiek naar een volgende compositie geleid. Vanaf dan kwam geleidelijk de vintage Taborn naar voren. De sferen en motieven werden langer vastgehouden. Al improviserend werden instant composities neergezet die onder andere door herhaling van riffjes in het oor kropen. Op een bepaald ogenblik ging de pianist met een bluesmotiefje aan de slag en dacht ik onwillekeurig aan Don Pullen. Die verstond eveneens de kunst de luisteraar mee te nemen op een vrije reis, waarbij het vuur van black music in al zijn vormen deel uitmaakte van het verhaal. Craig Taborn zorgde ook voor voldoende ruimte in de muziek, waardoor over die erfenis van zwarte muziek en blues toch een andere schaduw viel.

Op Fender durft Craig Taborn met een rauw geluid spelen. 'Junk Magic' is niet toevallig de titel van een van zijn cd's. In deze soloset koos hij uitsluitend voor piano. Het ging van fluisterzacht en gestreelde pianosnaren tot het stevigere werk. Ook als het volume de hoogte inging en hij clusters vol noten speelde, liet Taborn de piano kristalhelder klinken. Een notenbrij werd het nooit.

Een half jaar terug op Middelheim liet Taborn je van bij de eerste noot op het puntje van je stoel zitten. In De Singer bouwde hij de spanning geleidelijk op, om naar een fantastisch slot toe te werken. Het slotakkoord was zo accuraat dat een bisnummer overbodig leek. Het kwam er toch, een liedje in driekwartsmaat. Het klonk mooi en spannend, maar ook zonder zou het fijne avond geweest zijn. Vrije geïmproviseerde muziek die fans van hedendaagse klassieke muziek zeker zou kunnen aanspreken. Straffe gast, die Taborn.

Klik hier voor foto's van dit soloconcert door Cedric Craps.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 10.2.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Frank Carlberg Large Ensemble – 'Monk Dreams Hallucinations And Nightmares' (Red Piano, 2016)

Opname: 7-8 januari 2016

Het heeft natuurlijk met de Thelonious Monk Centennial te maken: op 10 oktober 2017 is het honderd jaar geleden dat de befaamde componist en pianist werd geboren. Na pianist John Beasley (MONK'estra) is het nu de beurt aan collega Frank Carlberg om met een bigband het erfgoed van de geweldenaar te lijf te gaan. De aanpak lijkt verwant, maar er zijn verschillen. Beasley keert Monks composities binnenstebuiten en geeft ze nieuwe ritmen, zoals ik in Draai al eerder schreef. Het is overigens de bedoeling dat het MONK'estra op het komende North Sea Jazz Festival in Rotterdam optreedt.

Frank Carlberg is anders te werk gegaan. Hij heeft zich laten inspireren door het Monk-materiaal en maakte daar in wezen nieuwe stukken van, waarin de inspiratiebron wel, al dan niet vluchtig, geciteerd wordt. Heel mooi is dat gelukt in 'No Fear, My Dear', dat met een plechtstatig trombonekoor begint. Pas na vier minuten komt het thema van 'Ruby, My Dear' bovendrijven. Alsof je op de Laan van Meerdervoort loopt, nog nazinderend van 'Zon, Zuipen, Ziekenhuis', terwijl je beste vriend zich al tweehonderd meter naast je blijkt te bevinden en je dat pas nu doorhebt. Net zo ongemerkt duikt de oude Ruby weer onder in de nieuwe.

Veel aandacht heeft Carlberg geschonken aan de klankkleur, door secties in elkaar te schuiven en cornet, bugel en basklarinet in te zetten. 'Beast', gebaseerd op 'Ugly Beauty', is een lieflijke, hoofse pas de deux in driekwartsmaat voor koper (de trombone van Alan Ferber) en orkest. Iets dergelijks is aan de hand in 'Round Midnight', het enige Monkstuk dat niet, of minder, getransformeerd werd. Hier voert de trompet van Kirk Knuffke het hoogste woord, Of, nou ja, hoogste is te sterk uitgedrukt. Knuffke is zowel solist als partner voor het ensemble. 'Round Midnight' ontvouwt zich als een kleurrijke bloemenruiker op je verjaardag (nachtschade?).

'Dry Bean Stew', waarmee dit intrigerende album opent, begint als een machientje, een roestig wandelwagentje om preciezer te zijn, dat in elf en een halve minuut langs een bont panorama van abstracte landschappen rammelt en krukt. Ook 'Sphere' is een soort Tinguely: hier heeft Carlberg het orkest versmolten met een machinefabriek. Een uitstekend voorbeeld van recyclen – van 'Straight No Chaser' in dit geval. Om in termen van de beeldende kunst te blijven; de (her)componist heeft 'Light Blue' à la Wolf Vostell grondig gedeconstrueerd, met 'A Darker Shade Of Light Blue' als resultaat. Abstract gekwaak leidt hier naar een mysterieus thema, dat vervolgens wordt ontbonden in factoren die dialogen met elkaar aangaan. Een meditatief mompelende basklarinet (van Brian Landrus) geeft commentaar op de chaos. Een andere solist die indruk maakt is altsaxofonist John O'Callagher, die een furieuze solo blaast in 'You Dig!' Voor de verandering niet gebaseerd op een Monk-compositie, maar op een uitdrukking van de oude meester.

Opmerkelijk bij dit alles is dat het pianospel van de baas allerminst naar dat van Monk smaakt. Eerder naar John Lewis. Concluderend zou je dus eigenlijk beide schijven, van John Beasley en van Frank Carlberg moeten aanschaffen. Dan zit je dit jaar gebeiteld.

Klik hier om vier tracks van dit album te beluisteren: 'Sphere', 'A Darker Shade Of Light Blue', 'You Dig!' en 'Dry Bean Stew'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 10.2.17) - [print] - [naar boven]



Concert
R&B feestje met Marcia Ball

woensdag 25 januari 2017, North Sea Jazz Club, Amsterdam

"Nu de oorspronkelijke bluesmeesters er niet meer zijn en wij als tweede generatie het stokje moeten doorgeven, is het goed dat er met name in Europa jongelui zijn die de draad oppikken. Het is heel normaal om tegenwoordig in Noorwegen bandjes te vinden die de geschiedenis grondig bestudeerd hebben." Aldus Marcia Ball (67), pianiste, zangeres, componiste en fakkeldraagster in de kleedkamer van de North Sea Jazz Club. Niet dat we La Ball inmiddels bij het oud vuil kunnen zetten, verre van dat. Haar stem is onverminderd krachtig en rauw, ze combineert de countrytraan van Tammy Wynette met de bluessnik van Janis Joplin en voegt daar haar eigen smeuïge southern drawl aan toe. Daarbij blijft ze altijd goed verstaanbaar ("inderdaad, bij die ouwe bluesknakkers had je vaak een vertaling nodig"), wellicht een residu van haar studie Engels. Haar pianospel is relatief ongecompliceerd; via Allen Toussaint laafde zich aan de bron die aan Professor Longhair ontsprong, wanneer u me deze weinig kiese beeldspraak vergeeft.

Ball had haar voortreffelijke vaste band meegenomen. In Mighty Michael Schermer heeft ze een gitarist van wie je zegt: ja, eindelijk eens een gast die weet hoe het moet. Blues en dan met name de bluesgitaar heeft echt bitter weinig te maken met dat onwelluidende, snerpende gehuil dat in de jaren zestig in Engeland ontstond en waar alle bluesrockbands sindsdien mee behept zijn. Terwijl het recept zo simpel is: gewoon goed naar Pee Wee Crayton en Chuck Berry luisteren en daar dan je eigen ding van maken. In Clarence Garlows 'Crawfishin’' battelde Schermer met de niet minder formidabele tenorist Eric Bernhardt. Ook aan Bernhardt klopte alles. Hij heeft een ongelikt, ja uitgesproken gemeen geluid. Jammer dat de saxofonist niet de ruimte kreeg om een mooie klassieke ballad te blazen. Zou hij volgens mij prima kunnen.

Toen de feestvreugde halverwege de tweede set haar voorlopig hoogtepunt had bereikt, schoof boogiepianist Dirk Jan 'Deejay' Vennik aan voor een verwoestende quatre mains, waarbij je je afvroeg of 'quatre' niet het best met een stuk of zes, zeven vertaald zou moeten worden.

Het optreden van Marcia Ball had wel iets van een goedgevulde R&B jukebox: we hoorden behalve oorspronkelijk werk ook nummers van Toussaint, Bobby Charles, Freddie King en The Treniers passeren. Haar eigen teksten gaan over de essentiële zaken des levens. Over feesten, uiteraard, maar in songs als 'Human Kindness' en 'The Squeeze Is On' roerde ze ook ongemakkelijker zaken aan. "Het is fijn om in Amsterdam te zijn, in Nederland," sprak de diva. "We mogen hopen dat Amerika over tweeduizend jaar even ver is."

Labels:

(Eddy Determeyer, 7.2.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Mamutrio - 'Primal Existence' (Origin, 2016)

Opname: 24 augustus 2015

Er is een kleine sensatie in de maak, hou het vooral niet stil! Vakmensen die weten hoe een sax/bas/drums-trio functioneert en handig tussen de op de loer liggende clichés slalommen, zijn dun gezaaid. Twee jonge veteranen nemen on the bandstand een jonge kerel op sleeptouw. Op zijn beurt injecteert die jonge gast de muziek met een dosis frisheid die een mysterieuze glimlach tevoorschijn tovert op het gezicht van zijn twee medemusici. Dit zou in een notendop het verhaal achter het Mamutrio kunnen zijn.

Lieven Cambré is de altsax van dienst. Altsax in een trio zonder gitaar of piano is niet echt een evidente keuze, dus weinig voorbeelden... Iets in het spel van dit trio doet denken aan groepen rond Mark Turner. Dan is de creatieve melodische input van de Tristano-adepten als Warne Marsh of Lee Konitz nooit ver weg. Piet Verbist, die andere jonge veteraan, houdt alles in de juiste banen met de nodige verbeelding. Onopvallend zuigt drummer Jesse Dockx de aandacht naar zich toe.

Toen deze opnames gemaakt werden, was Jesse Dockx amper 18. Wat doet denken aan het optreden van Miles in Antibes in 1964 toen de Master Of Ceremony Tony Williams aankondigde en terloops vermeldde "il a 17 ans", zich goed bewust van de sensatie die de drummer teweeg zou brengen bij een publiek dat hem niet kende. Dockx speelt alert en met de energie van een jong veulen. Hij drumt de bas en sax niet in een hoekje, maar etaleert schijnbaar achteloos en in functie van het groepsgeluid zijn technisch kunnen. Een pluim ook voor Fré Madou, die als opnametechnicus alle nuances in de muziek wist te capteren.

Dré Pallemaerts schrijft in de liner notes dat jazz zichzelf vernieuwt door jonge musici te koppelen aan gevestigde waarden. En dit is wat deze groep doet. Mamutrio speelt niet Antibes, de kans dat je ze aantreft in een kleine club in je buurt is groter. Ook dan twijfel je best niet om gaan luisteren hoe jazz anno 2017 best boeiend kan zijn. 'Primal Existance' werd trouwens uitgebracht op het Amerikaanse label Origin Records. Om maar te zeggen dat ze er aan de andere kant van de oceaan toch ook wel iets in zien!

Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 6.2.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #110-111


In aflevering 111 van Jazz Rules ontvangt presentator Dirk Roels een gerenommeerde gast uit de Belgische jazzscene: percussionist Chris Joris. Hij is al ruim veertig jaar actief in de jazzwereld en speelde met heel wat grote nationale en internationale namen. Vorig jaar nam hij samen met zijn kinderen het album 'Home And Old Stories' op. Chris Joris vertelt erover en heeft een aantal favoriete jazzalbums meegenomen naar de studio. Het lijkt bijna een trip door de jazzgeschiedenis! Daarnaast hoor je ook exclusieve liveopnamen van het Chris Joris Home Project featuring Naima Joris.

Je hoort nieuwe muziek van onder meer Xero Slingsby And The Works, het LABtrio en het Bill Evans Trio & Stan Getz live op Jazz Middelheim.

Verder is er een vooruitblik op het Gent Jazz Festival 2017, waar onder andere contrabassist Christian McBride acte de présence zal geven.

Klik hier om Jazz Rules #111 te beluisteren.

Saxofonist Nicolas Kummert is op tournee met Drifter en brengt binnenkort een eigen album uit. 'La Diversité' verschijnt bij Edition Records en naast Kummert spelen ook de Amerikaanse gitarist Lionel Loueke, bassist Nicolas Thys en de Canadese drummer Karl Jannuska mee. Kummert is te gast bij Dirk Roels. Hij speelt live in de studio en laat een paar van zijn favoriete jazzalbums horen.

Nieuwe muziek is er van Buscemi & The Michel Bisceglia Ensemble. Zij touren met een soundtrack bij de horrorfilm 'Nosferatu' uit 1922. Het album komt binnenkort uit op het label Prova Records en in de band horen we ook onder meer accordeonist Rony Verbiest en bassist Nathan Wouters.

Orchestra Nazionale Della Luna is een project van onder anderen saxofonist Manuel Hermia en drummer Teun Verbruggen. Ook zij stellen een nieuw album voor. Bij ECM verschijnt de nieuwe cd van gitarist John Abercrombie. Je hoort er in deze aflevering muziek van. Zijn kwartet heeft een all-star bezetting: pianist Marc Copland, bassist Drew Gress en drummer Joey Baron.

Klik hier om Jazz Rules #110 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 6.2.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Grote kinderen worden groter

Gerben Wasser Kwintet, dinsdag 10 januari 2017, De Smederij, Groningen

Inmiddels zijn we drie jaar verder. Begin 2014 spotte ik tenorsaxofonist Gerben Wasser, destijds achttien en net uit de puistjes, voor het eerst in Groninger dreven. Op sessies leek hij vastbesloten het evangelie volgens Dexter te verkondigen aan eenieder die dat maar horen en voelen wilde. Een soort Gordon Wasser dus.

In De Smederij presenteerde Wasser zijn eigen kwintet. En hij manifesteerde zich ook echt als bandleider. Via blikken en gebaartjes hield hij zijn vijfspan in de baan. Van die vijf viel drummer Eddy Lammerding het meest op. Met hem achter de ketels kun je eenvoudigweg niet uit de groove raken, al zou je het willen. Al die versierinkjes en fills hielden de pulse ongemoeid. Heel verfijnd en muzikaal en tegelijkertijd zo stuwend als een ramjet. ("Waar doet die drummer je aan denken," vroeg mijn buurman, om er zelf het goede antwoord op te geven: "Aan Billy Higgins." Verdomd, ja.) Hoogste tijd dat Lammerding ook buiten zijn woonplaats Meppel doorbreekt.

Uiteraard glorieerden de overige groepsleden er niet minder om. Een band is zo goed als zijn drummer, weet u nog? Bassist Andrea Caruso kon lekker vrij figuurtjes trekken, die precies in de drumpatronen pasten. En als je een oogwenk niet oplette streek hij een compleet elegisch landschap bij elkaar.

Pianist Diederik Idema schudde achteloos wat Art Tatum-loopjes uit zijn mouwen, bij wijze van intro voor een 'Cherokee', waar Ray Noble zich gelukzalig in zijn tombe zal hebben gewenteld. Ook op hem kon je vertrouwen: alle goede akkoorden werden behoedzaam tevoorschijn getoverd, zodat je je als solist wat dat betreft geen zorgen hoefde te maken. Op trombone hoorden we het vertrouwde geluid van Pavel 'Pasja' Shcherbakov, de Bill Harris van Groningen en Rusland. Met het grootste gemak schoof hij nieuwe melodietjes over de oude.

De leider van het kwintet blijkt tegenwoordig ook een gaaf laag te beheren. Het zou mooi zijn wanneer hij dat nog wat verder uit zou weten te diepen. Hij had tevens de neiging in elke solo zijn ziel en zaligheid te leggen, zodat je je soms afvroeg of er nog wat over zou schieten voor de rest van de avond. Maar dat bleek gelukkig geen probleem.

Foto: Zoltan Acs

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.2.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Trio Paul Van Gysegem & GLiTS


"Van Gysegem zette de set in met gestreken bas. Cimbalen, troms en pianotoetsen vielen hem bij, terwijl hij op de snaren van zijn instrument ging tokkelen. In de ritmes van deze samenvallende activiteiten leek een verre verwantschap te zitten met poëzie van Paul Van Ostaijen. Vanavond werd Lokeren de Bezette Stad."

Op zaterdag 21 januari bezocht Danny De Bock in de Lokerse Jazzklub een dubbelconcert van Trio Paul Van Gysegem en GLiTS (oftewel: Getting Lost in Tiny Spaces).

Klik hier om zijn verslag te lezen.

Klik hier voor foto's van dit dubbelconcert door Cees van de Ven.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Maarten van de Ven, 6.2.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Christoph Irniger Pilgrim - 'Big Wheel Live' (Intakt, 2016)

Opname: novmember 2015

Een groot wiel, een wiel dat iedere keer, al draaiend bij het begin uitkomt. Het is een mooie associatie bij een live spelend jazzkwintet, zoals Christoph Irniger Pilgrim. Of zoals tenorsaxofonist Irniger het zelf omschrijft: 'Important for us is to start unprejudiced from zero every time, to really accept what is happening underway, on the route. Decisions may catch you on the wrong foot and some can be felt by other musicians on the whole group. It is a recurring issue in our work: accept things, not judging it. Leave it as it stood and acknowledge it as something important for the how, the way we make music.'

Het is de kern van de vrije improvisatie die we terug vinden in deze woorden en in de muziek op dit album, 'Big Wheel Live', opgenomen tijdens een tournee in november 2015. De muziek bezit weliswaar een sterk ritmische, soms minimalistisch aandoende structuur, maar de kracht van de stukken blijkt pas ten volle als de individuele bijdragen een aanvang nemen. Zoals in 'Acid', waar pianist Stefan Aeby de ritmische structuur verklankt middels strak swingend pianospel en Irniger er een totaal andere draai aan geeft als hij zijn solopartij start. Bijna schuchter, eveneens swingend, maar op een veel ingetogenere manier, alsof hij zich inhoudt. Hier losjes begeleid door slagwerker Michi Stulz. De laatste twee minuten van 'Acid' zijn voor gitarist Dave Gisler, die tegen hetzelfde ritmische patroon weer een ander type solo zet. Zo terughoudend als Irniger klonk, zo gloedvol laat Gisler hier zijn gitaar janken, alsof we in een rockband zijn beland.

Ook Ending At The District' start met Aeby, die zich over het ritme ontfermt, hier sterk repetitief minimalistisch en met Irniger die het benut voor een zeer subtiele, ietwat schurend geblazen partij. Als in een dans bewegen ze om elkaar heen, terwijl de overige musici het decor verder inkleuren. Een magisch moment. En als Gisler het stokje overneemt, klinkt het al even meesterlijk: aanvankelijk beheerst, maar gaandeweg steeds feller klinkend. Opvallend is ook de indrukwekkende solo van Irniger in 'Falling II'. Krachtig, schril, met een ijselijke dimensie. Afgezet tegen het dwingende ritme waarin naast de dwingende slagen van Stulz vooral het spel van bassist Raffaele Bossard opvalt.

Klik hier voor geluidsfragmenten van deze cd.

Labels:

(Ben Taffijn, 5.2.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Delfos? Gewoon doorgaan ermee!

vrijdag 20 januari 2017, Paradox, Tilburg

Je mag Rolf Delfos best een ouwe rot in het vak noemen. Met respect. Delfos speelt de alt-, bariton- en sopraansax, maar is ook componist, arrangeur, programmeur en radiomaker. Hij componeerde en arrangeerde voor verschillende artiesten en verbond zijn naam aan vele ensembles waar hij duidelijke sporen achterliet. Ik noem maar even Artvark, The Houdini's, The Jazzinvaders, Licks And Brains. Nooit eerder bracht hij een album uit onder zijn eigen naam, terwijl die behoefte er wel bestond. Hij schreef een aantal stukken die alleen gedragen konden worden door een jazzrockformatie. Zie daar! Hij vond medestrijders in bassist Udo Pannekeet, drummer Pascal Vermeer, toetsenman Berthil Busstra en gitarist Peter Heijnen. Geïnspireerd op het verhaal van een oude dame, die in plaats van een laatste chemotherapie koos voor een reis met haar zoon, ontstond de cd 'Roadtrip (For The Last 90 Days Of Your Life)'.

De klank van een altsaxofoon is over het algemeen wat scherper en gladder dan bij een tenor, maar Delfos heeft de controle om – zelfs in de ruigere passages - warm en zwoel te klinken. Vermeer had de beschikking over een blinkend nieuwe drumkit, met een groter dynamisch bereik dan we gewend zijn in de jazz, maar uitstekend geschikt voor de muziek die Delfos voor ogen had: met de vrijheid van jazz en de feel van rock. Naast Delfos componeerden ook Pannekeet, Busstra en Vermeer voor de muzikale reis op 'Roadtrip'. Krachtige muziek met een diepzinnig hart.

Je kunt wel stellen dat de ritmesectie de kern van deze band vormt. Ze begrijpen elkaar. Dat drijft en prikkelt met een enorme energie. Ook de interactie met Busstra levert mooie klankscenario's op. Deze band existeert door een combinatie van factoren. Jarenlange ervaring, maar ook durf en een frisse open blik voor nieuwe wegen. Dat maakt het bijzonder en nieuwsgierig naar meer.

Waarom een vraagteken achter de bandnaam? Op de cd hoes zegt Rolf Delfos hierover: 'How can a necessary being exist totally polluted with the possible? If this answer is not satisfying, ask yourself why I should have made this album? Well, all I can say is that I still have a lot to tell and I do hope my music speaks for itself.' Tja, mocht Delfos nog enigszins twijfelen - zoals het vraagteken zou kunnen impliceren: niet doen. Gewoon doorgaan ermee! Lekkere muziek, heerlijke band.

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

Labels:

(Donata van de Ven, 3.2.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Erik Jekabson – 'A Brand New Take' (Origin, 2016)

Opname: 11 oktober 2015

Voor het merendeel is het vrij orthodoxe hardbopmuziek wat hier de klok slaat. Het Miles Davis Quintet van de jaren zestig en, in mindere mate, de elektrische band van altist Cannonball Adderley uit die periode lijken de muzikanten voor ogen te staan. In de handen van competente, creatieve muzikanten is een dergelijk concept uiteraard geen probleem en deze band uit de Bay Area bestaat uit vakbekwame jonge toonkunstenaars.

Het lekker verende ritme in het openingsnummer 'Streamlined' is het eerste dat opvalt. De bassdrum van Hamir Atwal versterkt de baslijnen van John Wiitala. Die eerste speelt licht, maar zeer levendig. Als een bantamgewicht-bokser danst hij door de muziek. In 'Blues For O' slaat hij een soort New Orleans second-line beat. Dat is niet helemaal verrassend: leider Erik Jekabson woonde en werkte vier jaar in de Big Easy. De trompettist diende ook in de bigband van tenorist Illinois Jacquet, een van de laatste jazzorkesten die echte onversneden swing speelden.

Met de referenties zit het dus wel goed bij Jekabson. Hij is geen vuurspuwende hemelbestormer: zijn stijl is overwegend ingetogen. De bugel lijkt speciaal voor hem ontworpen. Zijn liefdesverklaring in 'My Funny Valentine' haalt hij uit een fluwelen doosje. De ontboezeming gaat over in een kort duet in contrapunt met altiste Kasey Knudsen, de tweede soliste die hier de aandacht trekt. Knudsen blinkt uit in lange lijnen, die ze zonder inzinkingen of haperingen trekt en netjes afwerkt. De soli worden op deze cd overigens overwegend kort gehouden. In één of hooguit twee chorussen moet het wel gezegd zijn.

Met twee extra krachten, John Grove op trombone en tenorist Dave Ellis, is de groep sterk genoeg om een overtuigend stampende versie van 'Thriller' neer te zetten. De plaat eindigt met 'Chettie', een eigen compositie van de leider, residu van een eerder Chet Baker-project. Het thema is van zuivere wol gesponnen (gebreid?), de mijmeringen van Jekabson, wederom op bugel, en Knudsen getuigen van een zuivere liefde voor de betreurde lyrische trompettist.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 3.2.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Burton Greene en Donald Trump

Burton Greene & Roberto Haliffi, vrijdag 20 januari 2017, Bimhuis, Amsterdam

"Waarom geven ze me nu juist vandaag deze gig?" verzucht de Amerikaanse pianist Burton Greene tijdens het concert in het Bimhuis, doelend op de inauguratie van de 45ste president van de Verenigde Staten. Greene steekt zijn afkeer van Trump niet bepaald onder stoelen of banken op deze vrijdagavond. In Amerika gelden twee waarheden, zo houdt hij ons voor: Time is money en Money talks and bullshit walks. Zo krijgt 'Lies' van Pat Metheny een wel heel eigen uitvoering: Greene doorspekt zijn pianospel en het slagwerk van Roberto Haliffi met een hard gezongen "bla, bla, bla". En zijn eigen 'When You’re In Front Get Off My Back' krijgt in het licht van Trump ook een geheel nieuwe betekenis. Het duo speelt het met volle overgave, terwijl Greene herhaaldelijk roept: "Get off my back, you jitterbug!"

Burton Greene, hij is een legende. Presenteerde in 1968 zijn eerste album en speelde een grote rol binnen de Amerikaanse avant-garde. Tegenwoordig woont hij in Amsterdam en heeft zijn muziek een veel ritmischer en melodischer karakter gekregen. Een kant van zijn muziek die hij hier in het Bimhuis met name toont. Op twee solo's na aan het begin van iedere set, waarin hij de abstractie zoekt middels bedachtzaam en weloverwogen pianospel, speelt hij zijn concert met de eerder genoemde, oorspronkelijk uit Libanon afkomstige Haliffi. Reeds 28 jaar spelen ze op regelmatige basis samen en dat is te horen. Opvallend aan dat samenspel is dat er geen sprake is van een vaste rolverdeling ritme–melodie. Beiden verzorgen allebei, dwars door elkaar heen.

En dat is een belangrijk statement gezien de soort muziek die het duo ons hier presenteert. Die bevat een zeer hoog circus- en variétégehalte en past bijzonder goed bij de politieke draai die Greene deze avond aan zijn optreden geeft. Het wordt er bijna politiek theater van. Greene's stijl heeft daarbij wel wat weg van Mengelberg en Janssen. Die beiden ook het ernstige en het luchtige met elkaar konden, respectievelijk kunnen vermengen. En net als die componisten kruidt Greene zijn muziek met legio citaten en kan hij nooit een cover gewoon spelen zoals de componist dit ooit bedoeld heeft. Zie het hierboven genoemde 'Lies' van Metheny. Maar onder die jolijt zit ook altijd een boodschap. Zoals in 'Don’t Forget The Poet' van Enrico Pieranunzi, dat het duo hier brengt met een zangerige, zuidelijke melodie en ook hier weer met indrukwekkend samenspel. Prachtig zoals de twee eendrachtig melodie en ritme vormgeven.

Totaal onverwachts sluit fluitist Tilo Baumheier op een drietal momenten aan. Onder andere in diens compositie '3 Octobre 2011', eveneens een speels stuk, met een sterk theatraal karakter. Een aangename traktatie.

Concertfoto's: Rody Mulder

Labels:

(Ben Taffijn, 2.2.17) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Klara-Carrière Prijs 2016 voor Fred Van Hove


Pianist Fred Van Hove krijgt de Klara-Carrière Prijs 2016. Dankzij zijn pionierswerk groeide Antwerpen uit tot een internationale draaischijf voor vrije improvisatie, jazz, free jazz en avontuurlijke muziek. Hij kende een internationale carrière van ruim 50 jaar, organiseerde 31 edities van het Free Music Festival en streefde naar een degelijk statuut, ondersteuning en speelkansen voor muzikanten. Zijn 80ste verjaardag wordt gevierd met een festival in De Singel.

Van Hove (°1937) genoot een klassieke opleiding, maar investeerde zijn kennis en kunde in de meer geriskeerde kunst van de vrije improvisatie. In de jaren zeventig speelde hij op de legendarische plaat 'Machine Gun' en vormde met Peter Brötzmann en Han Bennink een vast trio, destijds zowat de bekendste exponent van de Europese geïmproviseerde muziek. Wars van opportunisme heeft hij zijn kunst in de loop der jaren verfijnd en uitgediept, uitgedaagd door collega's jong en oud. Zijn muziek is complex maar niet angstaanjagend, veeleisend maar ook genereus. En brandend actueel, ook diep in de eenentwintigste eeuw.

Uit het juryrapport: 'Een performance van Fred Van Hove (piano, accordeon, kerkorgel) is altijd een reis naar het onbekende. Zijn spel is onvoorspelbaar, soms als een splinterbom, soms verrassend teder. De interactie met collega's is altijd op het scherp van de snee, schijnbaar grimmig, maar warm en liefdevol.'

De Singel viert de 80ste verjaardag van de Antwerpse pianist op vrijdag 3 en zaterdag 4 februari met het tweedaagse festival 'Celebrating Free Music and Minds'.

De Klara Carrièreprijs is een prijs die sinds 2001 door de Vlaamse radiozender Klara wordt uitgereikt. De prijs wil een eerbetoon zijn aan een Vlaams musicus met een internationale uitstraling. Eerdere winnaars waren onder anderen Philip Catherine en Toots Thielemans.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 1.2.17) - [print] - [naar boven]



Interview
Tim Langedijk


"Ik probeer te spelen wat ik van binnen hoor. Anders wil ik het eigenlijk niet eens spelen. Je ziet nu vooral bij studenten dat ze als een jonge hond die ladders afgaan, maar dat hoeft natuurlijk niet, want je kunt het ook in een paar noten al zeggen. Dat hele snelle hoor je niet van binnen en kun je ook niet zingen. Ik heb een week van John Abercrombie les gehad. Die zei niet zoveel, maar wat hij wel zei was: 'I only play what I hear man!' Daar ben ik over gaan nadenken en daardoor ben ik ook heel anders spelen."

Donata van de Ven sprak met gitarist Tim Langedijk, volgens haar zeggen 'een aanwinst voor de Nederlandse jazz, een verademing zelfs'. Op 19 februari komt de nieuwe cd van zijn trio uit, 'Up North', met Udo Pannekeet op bas en Hans van Oosterhout op drums.

Lees hier het volledige interview.

Labels:

(Maarten van de Ven, 31.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Kolkende ritmes in een compromisloze muzikale opvatting

Sons Of Kemet, donderdag 19 januari 2017, Bimhuis, Amsterdam

Sons Of Kemet bestaat uit een line-up met de meest vooruitstrevende 21e eeuwse talenten uit de Britse jazzmuziek. Bandleider, componist, saxofonist en klarinettist Shabaka Hutchings heeft zich vernoemd naar een Nubische farao-filosoof. Hij is ook bekend van formaties zoals Shabaka And The Ancestors en Yussef Kamaal. Hutchings brengt zijn visie op muziek in Sons Of Kemet, samen met de bandleden Tom Skinner en Seb Rochford op drums en met Theon Cross op tuba (in het Bimhuis wordt Rochford vervangen door Maxwell Hallett). Het in 2014 verschenen debuutalbum 'Burn' kreeg in 2015 een opvolger met 'Lest We Forget What We Came Here To Do'.

Bij een groep die bestaat uit twee drummers, een tubaspeler en een saxofonist is sprake van een uniek concept. Het solide fundament dat de beide drummers neerleggen is niet alleen origineel; de krachtige synchroon pulserende Afrikaanse grooves en het niet zelden extatische percussiewerk doen de zaal zinderen. De afwisselend swingende, onheilspellende, agressieve en soms zelfs ongemakkelijke dynamiek zorgt voor een aanvallend ritmische modus. De rol van Theon Cross op tuba is al even vermeldenswaardig. De door hem aangelegde baslijnen zijn ronduit funky. Ook verlevendigt hij ogenschijnlijk met speels gemak het groepsgeluid met heroïsch gespeelde solo's. Met grommend, brullend en gillend geproduceerde oergeluiden baant hij voor zichzelf, en zijn kolossale instrument van messing, een weg door de mysterieuze duisternis. De avontuurlijke verbinding van ritme en melodie zorgt voor een kokend en dampend eclecticisme. In deze overdonderende muzikale smeltkroes komen wilde Caribische varianten zoals calypso en ska samen met ethno jazz uit Afrika en zware free-jazz flarden en marsmuziek uit New Orleans. Deze intercontinentale en doordenderende muzikale trein stopt slechts één keer voor een verplichte pauze.

Bijna terloops introduceert leider en rietblazer Shabaka Hutchings zijn bandleden. Maar de innemende en ongekroonde Britse koning van de saxofoon getuigt in zijn vurig spel van een niet aflatende dadendrang. Spiritualiteit vormt de basis voor zijn opvatting en zijn spel. Het is een zegen dat 'comfort' in zijn woordenboek niet voorkomt. Strijd en het nemen van risico's zijn opgesloten in zijn spel. De muzikale elementen dansbaarheid en trance zijn onlosmakelijk verbonden met het saxofoonspel van Hutchings. In de opening schakelt hij dertig minuten lang moeiteloos over van een calypso naar de free jazz in het spoor van Albert Ayler. En vervolgens strijdbare marsmuziek te laten cumuleren in een overweldigende psalm. Slechts eenmaal laat de tenorsaxofonist de teugels vieren met een ballad. Om daarna weer gevarieerd en stormachtig, van apotheose naar apotheose, zijn saxofoon te laten gillen en gieren. De muziek van Sons Of Kemet genereert een almachtig en energiek collectief geluid, maar de individueel hoogstaande solo's zijn de spreekwoordelijke kersen op de taart.

Klik hier voor foto's van het concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 29.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
Jens Maurits Orchestra - 'They Do It For A Reason' (Suite, 2016)

Opname:december 2015
Philémon Le Chien Qui Ne Voulait Pas Grandir - 'Philémon Le Chien Qui Ne Voulait Pas Grandir' (Suite, 2016)

Enige maanden geleden maakten we kennis met het in Brussel gevestigde kersverse label Suite, dat zijn eerste twee releases presenteerde. De eerste betreft het album van het Jens Maurits Orchestra, het tentet van drummer en componist Jens Maurits Boutery, met de veelzeggende titel 'They Do It For A Reason'. De cd gaat vergezeld van een 90 pagina's tellend fotoboekje, waarin als een soort van stripverhaal de avonturen worden verteld van Jean-Godefroy, een karakter gebaseerd op het werk van Robin Dunbar, een antropoloog en evolutionair psycholoog.

Het Jens Maurits Orchestra bestaat uit de voorhoede van de Belgische experimentele muziek en kent leden als euphoniumbespeler Niels van Heertum en gitarist Benjamin Sauzereau. De muziek van dit orkest doet opvallend klassiek aan en is overwegend rustig en ingetogen van aard. Boutery blijkt een volwaardig componist en doorstaat de vergelijking met veel hedendaags gecomponeerde muziek met glans. Een componist ook die de mogelijkheden van dit tentet optimaal benut en de rijke orkestratie maximaal uitbuit. Zoals in 'Episode 1', waarin we vergast worden op een subtiel duet van Van Heertum met pianist Dorian Dumont en in 'Endorphins' waarin Sauzerau's zacht vibrerende gitaarspel de show steelt. Maar dit orkest heeft ontegenzeggelijk ook een speelse kant, passend bij het verhaal van Jean-Gedefroy en een zin als: "He should know better then to eat unripe fruit", vergezeld van een foto (van Lisa Gambey) van twee honden op schommels. Humor die ook terug komt in 'Proteins'. Hier in de vorm van een bijna melig repeterend melodietje, die de luisteraar een glimlach ontlokt.

Bijzonder is ook 'Episode 4'. En dan met name vanwege de tegenstellingen. Hoe het ronduit romantische melodietje langzaamaan wordt omgezet in onvervalst ritme. En dat niet alleen, we horen hier ook nog eens Sauzereau in een solo die op een stevig rockalbum niet zou misstaan. Een groter contrast is bijna niet denkbaar. In het laatste stuk, 'Episode 7', strijden melancholie en een positieve blik op de toekomst om de voorrang, machtig verklankt in een samenzang van het tienkoppig ensemble.

De tweede release betreft een cd van het sextet Philémon Le Chien Qui Ne Voulait Pas Grandir. Of in het Nederlands: Philemon, de hond die niet zou opgroeien. Een wat vreemde naam voor dit sextet, waarin we twee musici tegenkomen die we ook al in het Jens Maurits Orchestra zagen: Sauzereau en Dumont. Verder aangevuld met Mathieu Robert op sopraansax en, heel opvallend, drie strijkers. Benoit Leseure op viool, Nicole Miller op altviool en Annemie Osborne op cello. Met het eerste nummer van de plaat 'La Ville Verticale' zet het sextet direct ritmisch en meeslepend in, waarbij Dumont voor de nodige tegenspraak zorgt om het geheel levendig te houden. Dat ritmische, hier zelfs bijna dansbaar, vinden we ook in 'Taco'.

Opvallend op dit album is het verhalende, bijna filmische element. De strijkers spelen daarbij een belangrijke rol en zorgen op menig moment voor een klassieke sfeer. Meer nog dan 'They Do It For A Reason' is dit een cd waarop de harmonie overheerst. Maar de twee componisten, saxofonist Robert en gitarist Sauzereau, weten tevens voldoende afwisseling te creëren om te kunnen blijven boeien.

Suite maakt met deze beide albums een vliegende start. Als dit niveau een constante blijkt te zijn, staat ons nog heel veel moois te wachten.

Klik hier om 'They Do It For A Reason' te beluisteren. En hier kun je het album 'Philémon Le Chien Qui Ne Voulait Pas Grandir' horen.

Labels:

(Ben Taffijn, 27.1.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #109


In deze aflevering van Jazz Rules laat Dirk Roels je nieuwe muziek horen van GLiTS (Getting Lost In Tiny Spaces), het duo van trompettist Bart Maris en pianist Peter Vandenberghe. Hun album is net uit bij El Negocito Records.

Verder een openhartig studiogesprek met bassist Nicolas Thys: over het fuck you-gehalte van TaxiWars, het triootje met Nathalie Loriers & Tineke Postma en de samenwerking met het Kris Defoort Trio. Thys stelt op zaterdag 28 januari ook drie gloednieuwe projecten voor op het River Jazz Festival. De bassist zit intussen alweer zo'n 25 jaar in het vak!

'Symphony For 2 Little Boys' is het tweede album van gitarist Bruno De Groote en bassist Ben Faes. Op een paar nummers hoor je ook de trompet van de Amerikaanse legende Dave Douglas.

Klik hier om Jazz Rules #109 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 27.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Verhalen uit Rusland

David Berkman Trio + jamsessie, dinsdag 17 januari 2017, De Smederij, Groningen

"Het eerste nummer was 'I Hear A Rhapsody', dat we vandaag in de Standard Memorizing Class hebben behandeld. Als je het je niet meer herinnert, wel...", sprak pianist en New Yorker-come-to-Groningen David Bergman. Tegenwoordig vraagt De Smederij toegang, maar dankzij de studentvriendelijke prijsstelling was de ruimte weer goed gevuld met een delegatie van het internationale studentencorps van het Prins Claus Conservatorium.

Wat voor vlees we dit jaar in de kuip hebben bleek na de pauze tijdens de jamsessie. Die gastjes (m/v) zijn stuk voor stuk echt op z'n minst competent en een enkeling steekt er nu al duidelijk bovenuit. Neem tenorist Ivan Baryshnikov, die ondanks zijn bescheiden geboortejaar al veel heeft geabsorbeerd van de Oude (Hard)Bop Meesters. Onder meer hoe hij een melodische lijn op- en uitbouwt, een chorusje of vier zonder zwakke plekken, discontinuïteiten of stoplappen. Laat die Russen maar verhalen vertellen.

Basveteraan Bert van Erk staat erom bekend dat hij graag in gesprek raakt met de drummer van dienst. Ilya Blazh vervulde die laatste functie, geholpen door grote oren, met verve. Fascinerend om te zien en te horen hoe die unie tot stand kwam en hoe die zich opsplitste in een dialoog.

Het hoofdmenu betrof een muzikale vergadering van drie docenten. Behalve Berkman waren dat drummer Steve Altenberg en bassist (en jazzcoördinator) Joris Teepe. Altenberg was voortdurend in beweging, letterlijk en figuurlijk: hij gaf het harmonische spel van Berkman reliëf en een snufje extra soul. Dat kon geen kwaad in een programma dat behalve uit originals uit standards van onder anderen Horace Silver en Benny Golson was opgetrokken.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Eddy Determeyer, 27.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Shabaka And The Ancestors - 'Wisdom Of The Elders' (Brownswood Recordings, 2016)


De laatste keer dat ik tenorist Shabaka Hutchings zag, stond hij solo te blazen met zijn rug naar een vitrinekast. Terwijl alle glazen en borden uit volle borst meezongen en –rinkelden, naderde de beweeglijke muzikant gedurende de duur van de performance de kast soms tot op een centimeter. Maar net zo goed als een beetje danser nimmer op andermans tenen zal trappen, kende Hutchings elke milliseconde zijn coördinaten.

Hier zijn de coördinaten 26012' ZB en 2804' OL: Johannesburg. Met een cast van zeven lokale muzikanten nam de in 1984 in Londen geboren blazer een album op dat niet zozeer een Zuid-Afrikaanse of een Engelse sfeer ademt, als wel een universeel karakter heeft. De leider klinkt hier beheerst; hij gebruikt weinig vibrato, zijn sound is traditioneel en puur. In het nummer 'Give Thanks' echoot een Albert Ayleriaanse geëxalteerde zangerigheid. Samen met vocalist Siyabonga Mthembu trekt hij in 'Mzwandile' unisono lijnen, zó scherp geëtst dat ze wel gelezen moeten zijn. Mthembu duikt her en der in nummers op, gelijk een dwalend spook.

Buiten Hutchings is de belangrijkste muzikant hier bassist Ariel Zamonsky (de enige wiens achternaam niet met een B begint). Hij is een belangrijke vormgever van de muziek en de primus inter pares van de ritmesectie. Zijn lijnen zijn onverbiddelijk. In 'The Sea' genereert hij samen de saxen een deining waar je je gaarne aan overgeeft. Ook in het onderdeel 'trance' heeft hij een aandeel.

Misschien is het werk van Shabaka Hutchings in de Sons Of Kemet en The Comet Is Coming wel sterker, expressiever. Nochtans lijkt mij 'Wisdom Of The Elders' een belangrijke mijlpaal voor de ontwikkeling van deze belangwekkende saxofonist. Code Oranje.

Klik hier om vier tracks van dit album te beluisteren: 'Mzwandile', 'Joyous', 'The Observer' en 'Natty'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Perfect samenspel

Larry Goldings / Peter Bernstein / Bill Stewart, maandag 16 januari 2017, De Singer, Rijkevorsel

De titel 'The best organ trio of the decade' krijg je natuurlijk niet zomaar. En al helemaal niet van de New York Times. Dan moet het wel bijzonder zijn. En ja, dat is het trio rondom Hammond-organist Larry Goldings ook wel. Dat de drie heren - met naast Goldings drummer Bill Stewart en gitarist Peter Bernstein - reeds sinds halverwege de jaren 90 samenspelen, betaalt zich uit. De nummers glanzen stuk voor stuk van perfectie, waarbij vooral het hechte groepsgeluid opvalt en het enorme grote gevoel voor structuur en vorm. Goldings en Bernstein wisselen elkaar af met solo's, waarbij Bernstein meestal begint en Stewart beduidend meer doet dan het ritme verzorgen. Met zijn pakkende drumspel steelt hij menigmaal de show.

Vernieuwend is het allerminst wat hier gebeurt; eerder wordt hier de traditie van de jaren 50 en 60 verder doorgetrokken. Maar dan wel op een bijzonder hoog niveau. In het concert, bestaande uit deels eigen nummers en een paar standards, laat dit trio horen vooral te excelleren in de uptempo stukken. Als Goldings en Bernstein elkaar afwisselen, aanvullen en soms naar de kroon steken en Stewart met zijn spannende, opwindende korte drumsolo's voor welkome afwisseling zorgt. Nummers als 'Jive Coffee', 'Fagan' en 'Simple As That' getuigen hiervan.

De gespeelde standards zijn eveneens goed gekozen. Het ingetogen 'Reflections' van Thelonious Monk vormt daarbij ook een uitzondering op het hierboven gestelde. Het ingetogen gitaarspel van Bernstein, dat zich langzaam ontvouwt, kleurt mooi bij Stewarts brushesspel en het zacht ruisende orgel van Goldings en vormt daarmee de perfecte ballade. Opvallend is ook - en niet alleen hier - hoe weinig Goldings nodig heeft om zijn boodschap over te brengen. Het vormt een boeiend contrast met het gitaarspel van Bernstein. Zo los, bijna terloops als Goldings speelt, zo zorgvuldig en gedetailleerd klinkt Bernstein.

Ook 'I’m In the Mood For Love' van Jimmy McHugh krijgt hier een bijzondere uitvoering en valt verder op vanwege de solo van Stewart. Met zijn brushes klinkt deze subtiel en dynamisch tegelijk. En dan die overgang waarbij Goldings de melodie weer overpakt. Fenomenaal en een voorbeeld van perfecte timing. Als toegift volgt nog 'Django' van John Lewis. Zo dicht bij Frankrijk vindt Goldings een hommage aan deze gitarist wel op zijn plaats. Het nummer klinkt totaal anders dan de rest van de set, maar ook hier weet dit trio zijn kwaliteiten te laten gelden. Vooral Bernstein schittert hier als een bijzonder veelzijdige en fijnzinnige gitarist.

Foto's: Louis Obbens

Labels:

(Ben Taffijn, 25.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Einzelgänger – 'Musica Gymnastica' (eigen beheer, 2016)


WAARSCHUWING!

Gebleken is dat dit product bij onzorgvuldig gebruik schade kan toebrengen aan het gehoor, het hart en in sommige gevallen ook de hersenen. Deze klachten zijn evenwel van voorbijgaande aard.

Dierenvrienden moeten erop verdacht zijn, dat het eerste nummer, 'Koppie Krauw', over een bijzonder levendig exemplaar gaat, dat onwelvoeglijk taalgebruik niet schuwt. Anderen zullen in dit werk eerder een poging zien een Senegalese hofkapel uit 1848 te evoceren. Diezelfde gebruikers kunnen constateren dat het nummer erna, 'Wenn 3 Einzelgänger Den Blues Haben', een variant is op een compositie van de toondichter T. Monk, die zoals bekend mag worden verondersteld eveneens de blues had. 

De discussie over de betekenis van het nummer 'Flyte' is nog gaande. Wij hebben begrepen dat er gebruikers zijn die hiervan spontane visioenen kregen van uitgestrekte, hen onbekende tuinderijen en bosschages, waar men zich in flarden grondmist en doorbrekend zonlicht kan vermeien. Er is ook gewezen op de mogelijkheid, dat de titel slaat op een aangename sensatie juist boven het wolkendek. Alle gebruikers waren eensgezind in hun mening dat het effect slechts tijdelijk werkte. Een enkeling heeft daar zelfs zijn teleurstelling over geuit. 

Hoe men ook over het product denkt, men zal moeten toegeven dat de makers een degelijke christelijke opvoeding hebben genoten, getuige hun 'Einzel Hymne'. Rooms-katholieken kunnen, op vertoon van hun doopbewijs, hier een volle aflaat bekomen.

De bedrijfsarts wijst op het gevaar dat men dit product beluistert terwijl men juist getafeld heeft en zich een moment op de bank terug wil trekken om energie voor de rest van de avond op te doen. In zulke gevallen raadt hij de gebruiker met klem aan thans het toestel uit te schakelen. Wegens een betreurenswaardig technisch misverstand is het dynamisch contrast in het laatste nummer, 'Surfer Girl', dermate groot en plotseling dat de gebruiker er oorsuizingen, hartritmestoornissen en steken in het hoofd aan kan overhouden. Doch zoals hierboven reeds is aangegeven, hebben deze ongemakken een tijdelijk karakter.

De Directie
(w.g. E. Determeyer)

Werkzame bestanddelen: Louk Boudesteijn - trombone, Anton Goudsmit - gitaar, Nils van Haften - rieten.

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Een prachtige ode aan Rotterdam

New Rotterdam Jazz Orchestra, vrijdag 13 januari 2017, Paradox, Tilburg

Voor de vijfde keer op rij, het begint reeds een aardige traditie te worden, het nieuwjaarsconcert van het New Rotterdam Jazz Orchestra in Paradox, Tilburg. Na vier jaar met een gastsolist dit concert verzorgd te hebben, speelt het orkest nu het eigen repertoire. En wat voor repertoire! Als variatie op de beroemde Zeeland Suite componeerden de leden afgelopen zomer de Rotterdam Suite. Niet zomaar. De reden was 75 jaar wederopbouw en dat vraagt om een feestje. Welnu, dan ben je bij dit orkest aan het goede adres, het speelplezier knalt ervan af. En verder zijn de composities die de Rotterdam Suite vormen stuk voor stuk zeer melodieus en vol muzikale afwisseling. Composities die de bruisende, multiculturele stad die Rotterdam is alle eer aandoen.

De twaalfkoppige bezetting is daarbij van grote waarde. Met vijf keer koper, vier keer rieten en een ritmesectie kun je een prachtig, vol geluid neerzetten. Wat dan ook regelmatig gebeurt. Maar de solo's zijn evenmin te versmaden. Die van gitarist Reinier Baas in 'Wall Relief', te midden van de zacht wiegende rieten; die van trombonist Louk Boudesteijn in 'Aqua Popolus', vergezeld door zachte zang door de overige leden en die van Miguel Boelens op altsax en Rob van de Louw op trompet in 'Waar Een Trein Mij Heen Leidt', dat in een arrangement is gegoten dat wel wat aan de jaren twintig van de vorige eeuw doet denken. Andere nummers haken eveneens aan bij de geschiedenis van de jazz. Zo is de ode aan de nieuwe markthal, 'Cornucopia', duidelijk schatplichtig aan de swing, mede dankzij het ritme - het is niet voor niets geschreven door drummer Mark Schilders - en wanen we ons in 'De Laurentius Kerk' tussen een fanfare, inclusief opwekkende trompet en maatslaande drummer. En dit alles voordat een contemplatieve fase zijn intrede doet, het gaat tenslotte over de kerk. Lang kan dat met dit orkest natuurlijk niet duren en een pittig duet Baas–Oswald (tenorsax) brengt ons dan ook al snel in andere sferen.

Naast de Rotterdam Suite komen een aantal andere stukken voorbij. Zij hebben hun geschiedenis in een van de andere groepen waarin de leden van het New Rotterdam Jazz Orchestra spelen. 'Camels' van Bart Wirtz, hier met een vurige solo van Tini Thomsen op baritonsax; 'Waterboarding' van Boudesteijn met een al even opwindende solo van Boelens op tenorsax en het intieme 'Untold Story' van bassist Johan Plomp, met een prachtig basloopje en een ten hemel schreiende tubasolo van Frans Cornelissen.

Afsluiten doen we met 'Oso', Surinaams voor 'thuis'. Trompettist Jan van Duikeren brengt hiermee een stevig gekruid eerbetoon aan het multiculturele Rotterdam en de Surinaamse afdeling in het bijzonder. Want dat is wat de stad zijn thuis maakt. Niet de gebouwen, maar de mensen. Het is maar dat u het weet!

Foto's: Louis Obbens

Labels:

(Ben Taffijn, 22.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Pitch Plot 4 - 'Big Eyebrow' (Zennes, 2016)

Opname: mei 2015

Dat het samen maken van een album niet altijd vanzelf gaat, is ons wel bekend. Illustere grootheden als Charles Mingus en Miles Davis jaagden menig medemuzikant in de gordijnen en stonden bekend om hun woede-uitbarstingen en sterallures. Het kan ook anders. Fluitist Jeroen Pek gewaagt ervan in een beschouwing over zijn collega's waarmee hij Pitch Plot 4 vormt. Energie, plezier, wederzijds respect, nieuwsgierigheid en een open blik is wat toetsenist Christian Pabst, drummer Onno Witte en bassist James Cammack naar eigen zeggen met hem delen. Het maakte de tour door Nederland, Frankrijk en Spanje in mei 2015, waarvan de opnames op 'Big Eyebrow' terecht zijn gekomen, duidelijk tot een genoegen.

Mooi, fijn voor deze heren. Maar horen we dat ook terug op dit album? Levert het een goede plaat op? Want daar gaat het tenslotte om. Het antwoord is positief. Het is allereerst een album geworden waarin het groepsgeluid centraal staat. Hier geen dominante ego's die zo nodig de show moeten stelen. Gesoleerd wordt er, maar altijd in dienst van de compositie en geplaatst in een duidelijke context. En ze klinken alle vier zeer energiek en enthousiast. Dus ja, daar kun je zeker aan merken dat de heren het goed met elkaar kunnen vinden.

Een vernieuwend en trendsettend project is Pitch Plot 4 niet. Dat pretenderen ze ook niet. Het is veeleer Peks missie om een groot en gevarieerd publiek aan te spreken. Dus op dit album geen gepiep, geknars en anderszins (on)welkome dissonanten. Integendeel, wat we hier horen valt meer in de categorie opgewekte kamerjazz met een exotisch scheutje. En op een aantal momenten wordt duidelijk de grens met de pop gepasseerd. Muziek ook waarin de melodie voorop staat en de musici een verhaal vertellen met een kop een staart. En daar is niets mis mee.

Om het geheel spannend te houden, wordt op een aantal momenten het instrumentarium wat aangepast. Cammack stapt dan over op de elektrische bas en Pabst haalt de Fender Rhodes erbij, waardoor 'Flabbergasted' een flinke funk- en jazzrockinjectie krijgt. Het vormt een welkome afwisseling. Wat overigens ook geldt voor 'Super Sellam', een nummer van slagwerker Witte dat uit een zorgvuldige en redelijk ingetogen drumsolo bestaat.

Een zeer afwisselend album dus, voor een breed publiek van een kwartet dat hier laat horen waar een goede onderlinge verstandhouding toe kan leiden.

Klik hier om dit album te beluisteren via players van VPRO's Vrije Geluiden.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 19.1.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #108


In deze aflevering van dit onvolprezen radioprogramma hoor je muziek van de Zwitserse pianist en componist Nik Bärtsch. Hij speelt aanstaande vrijdag op het Brussels Jazz Festival in Flagey en zaterdag in de Handelsbeurs met zijn band Mobile (Extended).

Drummer Lionel Beuvens komt in de studio bij Dirk Roels het nieuwe album Lionel Beuvens MOTU, 'Earthsong', voorstellen.

Drifter, het vroegere Alexi Tuomarila Quartet, start deze week zijn tournee met JazzLab Series. Je hoort werk uit hun recentste plaat 'Flow'. Verder besteedt Jazz Rules veel aandacht aan het Brussels Jazz Festival, met muziek van onder andere Yaron Herman Trio, Brussels Jazz Orchestra featuring Bert Joris en nog veel meer!

Klik hier om Jazz Rules #108 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 18.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Meester van de minzaamheid

Fred Hersch, zondag 11 december 2016, De Roma, Borgerhout

Als pianist Fred Hersch de faam die hij de voorbije dertig jaar opbouwde ergens aan te danken heeft, dan is het ongetwijfeld zijn liefde voor de songs, voor het klassieke jazzrepertoire dat hij als geen ander heeft verkend. In de liner notes voor 'Horizons' (1985), het debuutalbum van de toen dertigjarige pianist, liet hij al optekenen: "I like the concept of a repertory album," says the pianist, who admits to being "a tune freak".

Het werd gaandeweg Hersch' handelsmerk, iets dat hij uitwerkte met een elegantie die snel een synoniem voor zijn naam werd. In dezelfde liner notes schuift hij onder meer Bill Evans, Monk, Wynton Kelly en Paul Bley naar voor als invloeden, en dat hoor je tot op vandaag in zijn spel. Hersch is niet de man van de blues en de vitale expressie, maar van het raffinement, de gedoseerde en compacte verkenning van het bronmateriaal. Beschouwen sommige collega's dat als een springplank om hun fantasieën op bot te vieren, dan blijft het (respect voor het) origineel vooropstaan bij Hersch. Het leverde al pracht op die menig componist zou doen zwellen van trots.

Hersch zou na dat debuut een resem albums opnemen als eerbetoon aan een reeks grote namen. Dat deed hij onder andere met werk van Rodgers & Hammerstein, Antônio Carlos Jobim en Monk, dus het is geen verrassing dat er werk van die iconen in De Roma passeerde, met het stukje Monk zoals gewoonlijk achteraan in de set. Ook opvallend bij het binnenkomen: Hersch had geen zin om op het hoge podium te zitten, waardoor de piano achteraan de zaal op een verhoog werd opgesteld en het publiek plaatsnam aan de andere kant, wat meteen zorgde voor een kleinere afstand en meer intimiteit, iets dat dit concert alleen maar ten goede kwam.

Vanaf het tweeluik 'Olha Maria'/'O Grande Amor' (Jobim) werd immers duidelijk dat je geen grootse gebaren moest verwachten, dat er geen snelheid- of volumerecords zouden sneuvelen. Van meet af aan voelde je dat Hersch een pianist is die evenveel werd beïnvloed door klassieke componisten en jazzkleppers (Brahms en Bach zijn al net zo cruciaal als Hancock en Hines), en binnen schijnbaar nauwe afbakeningen weet hij het potentieel bijzonder fraai uit te buiten. Dat gebeurt dan zonder poeha, waardoor je nooit geconfronteerd wordt met bruuske stijlbreuken. Nee, je krijgt te horen hoe sluimerende melodieën langzaam openbloeien en thema's gestaag aan het dansen slaan. Het is dan geen uitbundige dans, geen gezwier met lijf en leden, maar zacht getrippel, soms met de schuchterheid van nieuwe danspartners. Vol passen die schijnbaar achteloos, als in een onbewaakt moment, gezet worden.

Zoals gewoonlijk passeerde ook wat eigen werk, zoals 'West Virginia Rose', een eerbetoon aan zijn moeder en grootmoeder, en 'Down Home', een stuk voor oude metgezel Bill Frisell. Uit beide stukken, die naadloos in elkaar overvloeiden, sprak een warme tederheid, waarbij de pianist heel even in het vaarwater van Randy Newman leek te belanden. Pop hoeft immers geen vies woord te zijn, en iets later volgde ook nog een bedwelmend mooi 'Both Sides Now' van Joni Mitchell, een liefde van voor de jazz. Noten dwarrelden even als sneeuwvlokken die smolten voor ze goed en wel geland waren. Delicaat en teder, maar nooit melig. En al helemaal niet goedkoop.

Hersch speelde ook een handvol stukken uit zijn recente trioplaat, waarbij het vooral opviel dat eigen compositie 'Serpentine' de hoekigheid van de trioversie had ingeruild voor een veel gaver, meer gestroomlijnd parcours, en Kenny Wheelers lijfsong 'Everybody’s Song But My Own' uitgroeide tot een hoogtepunt. Zelden klonk zwier zo ingetogen, met slechts een paar kleine barokmomenten bij de verkenning van het thema. Iets later buitelde en trippelde hij speels door Ellingtons 'Caravan' en werden korte spurtjes getrokken in een vief 'It Might As Well Be Spring'. Het ene moment zat je te glimlachen bij een speelse vlucht, iets later was het wegdromen bij de romantiek van een cocktailpianist. Maar dan wel een van de best denkbare.

Kortom: het was geen concert van baldadigheden, van opwippen in je stoel en collectief door het lint gaan. Integendeel: dit was op sleeptouw genomen worden door een meester van de minzaamheid en de sierlijke penseelstreek. Wat je kon bij verzuchten bij 'Valentine', eerste toegift en een van zijn eigen klassiekers, kon dan ook gelden als slotconclusie: Hersch, de man van de klasse die het allemaal zo gemakkelijk en vanzelfsprekend doet klinken, blijft imponeren en nooit gaat vervelen.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Concertfoto's: Geert Vandepoele

Labels:

(Guy Peters, 17.1.17) - [print] - [naar boven]





Cd's
Perelman/Berger/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 1' (Leo, 2016)

Opname: mei 2016
Perelman/Maneri/Dickey - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 2' (Leo, 2016)
Opname: augustus 2015
Perelman/Shipp/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 3' (Leo, 2016)
Opname: juli 2015
Perelman/Parker/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 4' (Leo, 2016)
Opname: maart 2016
Perelman/Morris/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 5' (Leo, 2016)
Opname: juli 2016
Perelman/Morris/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 6' (Leo, 2016)
Opname: juli 2016

Onder de overkoepelende titel 'The Art Of The Improv Trio' bracht tenorsaxofonist Ivo Perelman bij Leo Records onlangs maar liefst zes(!) cd's uit. Iedere cd in een andere samenstelling, met als rode draad het kenmerkende spel van Perelman zelf en het slagwerk van Gerald Cleaver, die op vijf van de zes albums acte de présence geeft.

Perelmans spel komt op deze uitputtende set in al zijn facetten naar voren. Het wortelt duidelijk in de traditie van Hawkins, maar ook in die van Ayler en Coltrane, en voegt daar nog het zijne aan toe. Bijzonder bij Perelman is zijn klankkleur: doortastend, indringend en het complete spectrum beschrijvend van romantisch tot fel en rauw. En slechts weinigen bestrijken het complete register van de tenorsax zoals Perelman dat doet; razendsnel manoeuvrerend tussen de diverse toonhoogtes, van ijselijk hoog tot diep grommend laag. En dat alles met een enorme intensiteit, die regelmatig door merg en been snijdt.

Op Volume 1 is het pianist Karl Berger die het trio met zijn puntige, uitgebeende, maar evengoed poëtische spel completeert. Cleavers bijdrage is op dit album uiterst beperkt, wat vooral Perelman in staat stelt zijn kunsten optimaal te vertonen. Vanzelfsprekend bepaalt de derde man en zijn instrument voor een belangrijk deel het geluid van het trio. Op Volume 2 is deze derde man altviolist Mat Maneri, naast drummer Walt Dickey. De tweede cd is daarmee de enige waarop Gerald Cleaver niet meedoet. Het meest opvallende op dit album is het samenspel van Perelman en Maneri. Vooral als Perelman uitwijkt naar het hoge register zijn de twee bijna niet van elkaar te onderscheiden. En door het spel van Dickey is dit een van de meer ritmische albums van deze collectie.

Op Volume 3 is de derde man weer een pianist. Deze keer Matthew Shipp. En als we dit album vergelijken met het eerste, dan valt op hoe anders de toon is. Want zo puntig en minimalistisch als Berger speelt, zo melodisch en vooral ritmisch speelt Shipp. Daarmee ook Perelman en Cleaver bewegend tot al even ritmisch en soms ook heftig musiceren. Het maakt deze cd tot een van de spannendste van de set.



En daar hebben we dan de eerste bassist; op Volume 4 worden Perelman en Cleaver vergezeld door William Parker. Dit album bestaat uit twee korte stukken en één bijzonder lang, van ruim veertig minuten. En juist hier, in dit lange stuk glorieert Perelman in onnavolgbare frases, opgezweept door de stomende ritmes van Cleaver / Parker. Dit nummer, simpelweg 'Part 2' geheten – op alle albums zijn de nummers op deze wijze van titels voorzien – vormt beslist een van de hoogtepunten van deze set.

Op de laatste twee delen horen we Joe Morris als derde man. Op Volume 5 als gitarist en op cd 6 als bassist. Vooral dat vijfde schijfje is zeer de moeite waard. Perelman, Morris en Cleaver gaan hier een vaak doorleefde dialoog aan, met als hoogtepunten wederom 'Part 2', waarin Perelman een ongekende intensiteit bereikt met zijn instrument, waarmee hij consequent de hogere registers verkent; 'Part 4', waarin het experiment voorop staat in een serie felle uitbarstingen, die uitmonden in een eclatante solo van Morris en 'Part 6' waar de drie als volleerde acrobaten over elkaar heen tuimelen en waarin we een van de weinige drumsolo's van Cleaver tegenkomen.

Volume 6, de enige plaat die live is opgenomen, bestaat bijna geheel uit 'Part 1', dat ruim 42 minuten in beslag neemt. Tomeloze energie, nog versterkt doordat het allemaal voor publiek plaatsvindt, wordt hier ons deel. Morris en Cleaver zorgen hier voor een niet te stuiten ritme en Perelman laveert hier op grootse wijze tussendoor, meesterlijk wisselend tussen hoog en laag. En dan die solo van Morris, we zijn dan bijna tien minuten op weg, waarbij hij zijn strijkstok gebruikt en zo een duistere, dramatische klank produceert, ondersteund door Cleavers ritmische spel.

Laten we maar besluiten met Perelmans eigen woorden over deze set: "But it's all the same saxplayer, that's constant. And it is an incentive to growth, to have such brilliant musicians reacting to one dominant voice. So I decided to make it a method: The Art Of The Improv Trio."

Labels:

(Ben Taffijn, 15.1.17) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)